door:
mr. dr. E.M. MoermanDe afgelopen jaren klinkt de roep om meer en betere ‘waarheidsvinding’ door familie- en jeugdrechters, vooral in zaken waarin huiselijk geweld een rol speelt. Daarmee is het vaststellen van feiten rondom huiselijk geweld, en in het bijzonder intieme terreur, een relevante factor geworden in de zittingszaal.
Tegelijkertijd worstelen rechters met vragen over hun rol en de taakafbakening:
- in hoeverre behoort het tot hun verantwoordelijkheid om uitspraken te doen over huiselijk geweld,
- wie draagt welke verantwoordelijkheid in de feitenvaststelling, en
- welke juridische instrumenten kunnen rechters inzetten om aan waarheidsvinding te doen?
Deze vragen en dilemma’s worden vanuit het perspectief van de rechterlijke macht belicht.